Richard Foqué over ‘De dagen zijn beschadigd’

25 september 2017 § Een reactie plaatsen

Kunstencentrum WARP, St. Niklaas, 22.09.2017

Beste poëzievrienden,

Toen ik geheel onverwachts de vraag kreeg van uitgeverij Vrijdag om de nieuwe dichtbundel van Bart Plouvier te willen inleiden, was ik niet alleen aangenaam verrast maar heb ik die uitnodiging ook meteen graag aanvaard.

Ruim een jaar geleden had ik een bespreking gemaakt voor De Auteur, het ledenblad van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen, van Bart’s vorige bundel “Zekerheden” en was toen reeds erg enthousiast over zijn poëzie.

Bart Plouvier neemt een aparte plaats in in de Nederlandstalige letterkunde. Hij heeft niet alleen heel wat watertjes doorvaren, zowel letterlijk als figuurlijk, maar ontwikkelde tezelfdertijd zijn schrijverschap. Het resulteerde in een omvangrijk oeuvre dat gaandeweg hem ook een gewaardeerde positie verschafte in het letterenlandschap.

Hij debuteerde als romanschrijver in 1987 met De maquette maar publiceerde in 1998 pas zijn eerste dichtbundel Zaailingen. Tussendoor schreef hij romans, verhalen, theaterstukken en kinderboeken. Hij werd daarenboven voor zijn schrijverschap meermaals bekroond.

De bundel, waarvan ik de eer heb hem vandaag aan jullie voor te stellen, moet als ik me niet vergis zijn negende zijn.

Voor mij is deze bundel een natuurlijk vervolg op zijn vorige “Zekerheden” en heeft meer nog dan de vorige als onderliggend thema “de twijfel”: Twijfels over de zekerheden.

De dichter realiseert zich dat hij zich in zijn laatste levensfase bevindt. De voortschrijdende tijd, die niemand spaart, is in deze bundel alom tegenwoordig. Voor de dichter is het de enige zekerheid dat ook die afloopt. Vanuit dat standpunt stelt hij vragen over het verleden, naar de zin van dat wat voorbij is en hoe dat nog betekenis kan hebben voor wat nog komen zal.

wij zagen slechts wat was geweest

en hoopten op wat komen zou

daartussen lag muisstil het nu

gespleten weer in zij en ik

Plouvier zoekt zijn inspiratie vlakbij en in zijn eigen wereld: reisimpressies, kleinkinderen, de geliefde, huwelijk, dood van een vader en een moeder, jeugdherinneringen, kortom het lief en het leed. Hij observeert en reflecteert, blikt terug op een tijd, waarvan de dichter beseft dat die voorbij is maar die blijft nawoelen in het heden. Zekerheden worden onderuit gehaald en telkens weer wordt de lezer op het verkeerde been geplaatst. Ook hij/zij wordt al lezende onderuit gehaald.

De dood, dat enige vaststaande feit, is alom tegenwoordig. De winter, waar de natuur tot stilstand komt is voor de dichter de metafoor en wordt in deze bundel als het ware een dramatis persona. Voor Plouvier is dood verlies maar ook weer niet. Er is de liefde als reddingsboei, maar ook die ontglipt de zwemmer, die wil blijven drijven: want de dagen zijn beschadigd. Het resulteert in de prachtige openingsverzen van het eerste gedicht “De nacht komt”.

De dagen zijn beschadigd

stotterlopen langs zichzelf

………..

onvermijdelijk komt de nacht

zwarter nog dan zuiver angst

een raaf die mij mijn hart benijdt

een lynx met stalen klauwen

 

ik sla mijn benen om mijn liefste

hou mij aan haar haren vast

druk mijn buik tegen haar heup

tot zij zegt laat nu maar los

zonder haar zou ik nooit slapen.

Het is een prelude tot de bundel en construeert meteen het kader waarin alle volgende gedichten zich plaatsen. Het houdt ook de waarschuwing in zich dat niets is wat het lijkt te willen zijn en wat de titels van de gedichten voorspellen.

Want ook in zijn titels zaait Plouvier twijfels. Wanneer je afgaat op de inhoudstafel en dus enkel geconfronteerd wordt met de titels van de gedichten is de eerste reactie er één van “moet dit echt”. Ze lezen bijna als een catalogus van huis- tuin- en keukenadvies. Maar je leest dan de gedichten en ontdekt de geraffineerde bedrieglijkheid ervan.

Hier is een dichter aan het woord, die er in slaagt om simpele alledaagse taferelen en waarnemingen te plaatsen in een universele context, te transcenderen tot een metafysische overdenking. Bijvoorbeeld het gedicht Ontbijt in Madrid:

Wij lopen weg uit de volgestouwde nacht

voorbij nu en zat van stoute verwachtingen

langs een cafeteria de gevel ingekleurd

met sinaasappel broodbruin en Manchego

 

een vroege drinker slurpt café con anís

en wij de handen rond een cappuccino

de dwergen van Velásquez onder tafel

ruiken donkere verf en verse croissants

Maar nooit wordt de dichter bombastisch of hermetisch. Plouvier is een vakman, die de taal virtuoos beheerst en naar zijn pen kan zetten om precies dat uit te drukken wat hij zeggen wil. Geen woord teveel maar elk vers is afgemeten, juist genoeg en toch ontzettend beeldend. Hij hanteert daarbij een breed stilistisch palet. Zo gebruikt hij zeer doelmatig neologismen en plaatst alledaagse woorden in nieuwe contexten. De dichotomie ook als middel tot het zoeken naar evenwicht.

Hij bedient zich graag van de paradox als stijlfiguur, waardoor hij het evidente bevreemdend maakt en het vreemde weer toegankelijk.

Hij doet dit zonder dat het storend of artificieel overkomt, integendeel ze ondersteunen de poëtische zegging, verrijken zijn beeldtaal en stimuleren de verbeelding van de lezer. Ritme en klank zijn daarbij de dragende elementen.

In deze nieuwe bundel is Plouvier ook directer. Minder omfloerst klinkt hij bijwijlen ook harder. Een zekere fataliteit wordt gelaten gedragen maar tezelfdertijd opstandig bestreden. Maar alom is daar steeds het besef dat ouderdom wijsheid brengt en begrip voor wat ooit onbegrepen was.

De dichter beseft dat je het verleden niet ongedaan kan maken, dat dat wat verloren is nooit zal terug gevonden worden, maar dat het ook loutert en dat de geliefde en de liefde het enige houvast biedt. Helaas loopt ook die af in de onafwendbare dood.

Ik citeer enige verzen geplukt uit diverse gedichten:

De Liefde zoekt wie

zij vroeger reeds verliet

of

ze sliep al

hoe de liefde

het leven even met

de dood verbond.

of

Hoe moet dat later dan

zo zonder ons

alle woorden

opgebruikt

alles behalve

de herinneringen

 

gedaan met draaien

en keren

zo moet dat dan

als alles

in liefdes weerwil

blijkt af te lopen.

De bundel wordt afgesloten met een soort “testament” dat start met het gedicht “Aan het einde van de reis” en zijn bekroning vindt in “Aantekeningen van een parkwachter”. De parkwachter, de dichter zelf, is een buitenstaander geworden, die observeert en vast stelt dat de winter komt, maar die ook weet dat na de winter er nieuw leven zal open bloeien. Bijvoorbeeld uit deel 3, De vissen:

zij dromen van

de laatste overstroming

de Grote Vloed

en hun verlossing.

Het laatste gedicht “Wie zonder invloed is werpe de eerste steen” is dan de epiloog. De dichter blikt hier terug op zijn eigen werk:

Er wonen duizend dichters in mijn hoofd

soms is het moeilijk aan hen te ontkomen

ze plakken hun beelden tot in mijn dromen

……

ik heb mijn lezers eigenzinnigheid beloofd

straks is er niemand die mij nog gelooft

maar weet geen dichtwerk is volkomen

Beste poëzievrienden,

Voor wie van toegankelijke poëzie houdt zonder franje maar van een uitzonderlijke dichterlijke zegging moet deze bundel zeker lezen. Plouvier zaait twijfel en zekerheid tezelfdertijd.

Zijn boodschap is duidelijk: ieder van ons moet leren leven in zijn beschadigde dagen.

Deze nieuwe bundel van Bart Plouvier is een eerlijke bundel van een ware dichter. Een verademing in een tijd waarin al te vaak bij de jonge dichtersgilde poëzie verzandt in oeverloos prozaïsch getater, waaraan niemand een boodschap heeft.

Met deze bundel zet Bart Plouvier opnieuw de bakens uit voor wat poëzie echt dient te zijn: de kunst om op basis van het medium taal de werkelijkheid zo te herscheppen, de betekenissen ervan in vraag te stellen dat ze transformerend werkt op de lezer.

Pablo Neruda, in zijn toespraak bij het ontvangen van de Nobelprijs, formuleerde het als volgt “Poëzie is een daad, waarbij eenzaamheid en solidariteit, emotie en ratio, de nabijheid van zichzelf en van de gehele mensheid en de geheimen van de natuurkrachten als gelijke partners bij betrokken zijn. Plouvier tracht zich met deze bundel hierin in te schrijven.

Richard Foqué

Advertenties

Waar ben ik?

Je ziet het archief van september, 2017 om VrijdagBlog.