Naar Stellenbosch!

7 maart 2017 § Een reactie plaatsen

Na twee dagen in het bruisende Kaapstad waar we volop de toerist hebben uitgehangen, van Tafelberg naar Kaap de Goede Hoop, is het tijd om stilaan op werkmodus over te schakelen. Vandaag, op mijn 71e verjaardag, vertrekken we naar Stellenbosch, nadat Kurt Defrancq, zijn vrouw Nele en de mooie ontbijtdame Thamara me hebben toegezongen.

Eureka Barnard haalt ons op in het Kaapse hotel. Ze is de goedlachse, doortastende coördinator van Sasnev, het Zuid-Afrikaanse Centrum voor Nederland en Vlaanderen, waar zij de Vlaamse deelnemers aan het Woordfees begeleidt. We hebben tientallen mails met elkaar gewisseld en kennen elkaar al een beetje. Nu zien we haar dus voor het eerst ‘in het echt’. Praten lijkt in het Afrikaans op zingen, er zit een beetje Antwerps en een tikkeltje Gents in. Geen taalprobleem dus. Haar bijzondere voornaam heeft Eureka aan haar moeder te danken. Die wilde voor haar eerste kind een naam die haar blijvend zou herinneren aan de grote ontdekking die het moederschap voor haar was. Eureka! En Barnard… jawel, ze is familie van. ‘Ongelukkiglijk wel,’ zegt ze mysterieus. Onderweg, net buiten Kaapstad, wijst ze ons het Groote Schuur-ziekenhuis aan waar Christian Barnard, een neef van haar vader, in 1967 de eerste harttransplantatie ooit uitvoerde. 

Vlakbij dat ziekenhuis zien we verkeersborden met ‘Buitenkant’ er op. Als dat geen goed voorteken is! We stoppen en ik maak snel een foto, waarbij als toemaatje het verkeerslicht net op groen springt als ik afdruk! Buiten de stad strekken zich langs de weg de zogenaamde khayelitsha uit, langgerekte townships of dorpen waar de arme zwarte bevolking in belabberde omstandigheden overleeft en waar gevaarlijke gangs wonen. Aan de overkant, op een troosteloze kale zandweg, is de gedoogzone voor prostituees. Op een man met een plastic vuilniszak na, is er geen levend wezen te zien. Het is dan ook pas elf uur in de ochtend en de zon schijnt ongenadig.

Na Kaapstad is Stellenbosch een vriendelijke kleine stad met winkeltjes, terrassen, restaurantjes en een slenterend, genietend publiek. We installeren ons in het oudste hotel van de stad waar we acht dagen zullen blijven. ’s Avonds begeven we ons naar een receptie/borrel voor de Belgische en Nederlandse Woordfees-deelnemers en aanverwanten. Ter plekke besluiten we een van de roze fauteuils waarin Eureka Barnard (l) , ik (r) en Kurt Defrancq hier poseren, de stoel van Meneer Jules zal worden. In een land waar de zon altijd schijnt en de mensen ongewoon vriendelijk zijn, mag het wat meer zijn. En wat kleuriger. Een paar van mijn illustere collega-schrijvers, waaronder Tom Lanoye, zijn ook aanwezig op de party. Het wordt me plots helemaal duidelijk waarom mensen mij altijd ‘een toegankelijke schrijfster’ noemen!   

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Wat is dit?

Je leest nu Naar Stellenbosch! voor VrijdagBlog.

Meta

%d bloggers liken dit: