Jules-time, quality time.

13 maart 2017 § Een reactie plaatsen

Na een lange aanloop is het eindelijk Jules-time: op donderdag worden we ruim op tijd in ons hotel opgehaald en naar het buitengoed Weltevreden Waenhuis gebracht, zo’n tien kilometer buiten Stellenbosch, waar de opvoeringen plaats zullen vinden. Van het Waenhuis wordt een mens vanzelf weltevreden: het is een paradijselijke gelegen complex met een restaurant, feestzalen, speeltuintjes en bijgebouwen die verstrooid liggen op glooiende grasvelden. De zon schijnt, een briesje blaast ons koelte toe, twee pauwen stappen hooghartig over de paden. Eén van de bijgebouwen is als een stemmig theatertje ingericht. Bijgestaan door een technicus die het vuur behulpzaam uit zijn sloffen loopt, verrijst op het podium het vertrouwde Jules-decor: de stoel, een stoffig tapijtje en een kleine poef, die we van de rekwisietenzolder hebben gehaald. Het gordijn met de stang waaraan het opgehangen is, is in ‘pièces détachées’ meegekomen. Als de technicus met de belichting experimenteert tot we sneeuw zien, is alles zoals het hoort te zijn. We zijn er klaar voor en we zijn er ook en beetje stil van. Kurt trekt zich terug in de backstage – de tuin- om zich te concentreren. Vol verwachting klopt ons hart. 

Het publiek komt, naar Zuid-Afrikaanse gewoonte zeer last minute, vaak opgehouden door de files die ook hier welig tieren. Als ze aangekomen zijn, gaan ze eerst nog op het gemakje een koffietje halen in het café. Als stiptheidsmaniak – ik moet na lezingen vaak de laatste trein halen en hou ervan op tijd te beginnen – moet ik me even aan het treuzelgedrag aanpassen. Maar dan gaan de deuren dicht, hou ik mijn welkomsttoespraak en komt Jules tot leven. Het ontroert me dat hier, aan het andere eind van de wereld, dezelfde intimiteit van de monoloog uitgaat als bij ons. Dat niemand hoest, schuifelt of wiebelt, alsof of men collectief de adem inhoudt. De helft van het publiek is Zuid-Afrikaans, maar de diepe stilte maakt duidelijk dat wie de tekst niet helemaal met zijn/haar hoofd begrijpt, met het hart luistert. Bij de volgende voorstelling, een dag later en nu in de namiddag, zijn al wat Afrikaanse woorden in de tekst geslopen. Er wordt baie  bedankt en de keuken van Alice in een kombuis veranderd.         

Tussen twee Jules in, op vrijdagmorgen, heb ik een lezing voor een leesclub. Mijn vertaalster Christine Bakhuyzen-Le Roux, die als schrijfster een druk programma heeft op het Woordfees,  zal me interviewen voor een twintigtal vrouwen die Die Buitenkant van Meneer Jules gelezen hebben. In een prachtig landhuis in de heuvels worden we hartelijk verwelkomd door gastvrouw Petrusa, die ons een glas wijn (om half tien ’s morgens) en een gebakje aanbiedt. Een heerlijke ochtend wordt het, geen haar verschillend van een lezing voor een leesclub in Deurne-Noord of Sint-Amandsberg. Vind je dat je geheimen voor elkaar mag hebben in een relatie, zoals Jules voor Alice? is één van de vragen. We hebben het er uitgebreid over, er worden wijze woorden gesproken door wijze oudere vrouwen. Bij de hapjes achteraf worden geheimen onthuld en zitten we op den duur te fluisteren als een geheim genootschap. Christine en ik moeten ons haasten voor de volgende opvoering van Jules, we hebben de tijd compleet vergeten.

En nu – zaterdag – is het inpakken en bijna wegwezen. Morgen is de laatste opvoering van Jules, voor een zondags publiek. Daarna zullen we onze zomerkleren omruilen voor een winterse outfit en rijden we naar Capetown Airport voor de terugvlucht van 10.000 kilometer, een beetje weemoedig. Ik vertrek met Zuid-Afrika onder mijn huid, en met Jules in mijn hart.    

 

 

 

 

 

Wonderlijke avonturen

9 maart 2017 § 1 reactie

De dagen vliegen als een schaduw voorbij. Vanavond om 18 uur is de eerste opvoering van de monoloog De Buitenkant van Meneer Jules, en de zenuwen slaan lichtjes toe. Kurt Defrancq wil het echter geen zenuwen noemen. Het is eerder wat spanning en een beetje onzekerheid over hoe het Zuid-Afrikaans publiek zal reageren op de intieme inkijk in het leven van Jules en Alice. Of ze de tekst tot in de finesses zullen vatten ook. Afrikaans en Nederlands mogen dan wel op elkaar lijken, er zijn ook wezenlijke verschillen.

Geraldine Reymenants, vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering, die ons voor een lunch uitnodigde, vertelde ons dat het Zuid-Afrikaanse publiek vaak al tijdens het applaus de zaal verlaat. Dat willen we voorkomen omdat we graag met de mensen in dialoog willen gaan na de voorstelling. Er moet dus een inleider komen die een en ander duidt en die mens uitnodigt nog even na te blijven. Het liefst in het Afrikaans. Het is één van de duizend praktische dingen die geregeld moeten worden. Er wordt dagelijks in alle richtingen gemaild, gebeld, ge-sms’t en ge-appt. De frivole roze fauteuil van Meneer Jules hebben we overigens vervangen door een klassiek, bruinlederen exemplaar van de rekwisietenzolder. Dat past een dode oude man beter. De locatie voor de opvoering, het Weltevreden Waenhuis is een tiental kilometer buiten Stellenbosch gelegen, tussen de glooiende wijngaarden.

Na de lunch met Géraldine Reymenants gisteren, spoedde ik me naar het museumcafé Die Plataan waar mijn vertaalster Christine Bakhuyzen-Le Roux op me wachtte. We bereidden er onze lezing van vrijdag voor, voor een leesclub. Daarna beluisterden in een tent verderop een lezing/interview met collega Peter Verhelst. Het Woordfees is een twaalf dagen durende explosie van literatuur, theater, muziek, performances allerlei, een kruising tussen het helaas ter ziele Antwerpse Zuiderzinnen en de Gentse Feesten. Wie zich mee laat drijven met de stroom, beleeft de wonderlijkste avonturen. Zo nam Rik Ghesquière, een dirigent/trompettist uit Lier, ons gisteravond op sleeptouw naar een wonderschoon pianoconcert van Rachmaninov in het Conservatorium van Stellenbosch. Op weg erheen liepen we door de halfduistere Botanische Tuin, die tijdens het Woordfees uitzonderlijk ’s avonds is opengesteld. Er is een unieke collectie bonsaiboompjes te zien, maar het meest magische waren de waterlelies met bladeren als wagenwielen zo groot en bloemen die zich langzaam openden in de tropische avond.

Als we het halen vanavond na onze eigen Jules, willen we een optreden van deze Rik bijwonen, die een koor dirigeert dat is samengesteld uit kinderen van drie verschillende townships. Zou kunst de wereld dan toch een beetje kunnen redden?

 

Naar Stellenbosch!

7 maart 2017 § Een reactie plaatsen

Na twee dagen in het bruisende Kaapstad waar we volop de toerist hebben uitgehangen, van Tafelberg naar Kaap de Goede Hoop, is het tijd om stilaan op werkmodus over te schakelen. Vandaag, op mijn 71e verjaardag, vertrekken we naar Stellenbosch, nadat Kurt Defrancq, zijn vrouw Nele en de mooie ontbijtdame Thamara me hebben toegezongen.

Eureka Barnard haalt ons op in het Kaapse hotel. Ze is de goedlachse, doortastende coördinator van Sasnev, het Zuid-Afrikaanse Centrum voor Nederland en Vlaanderen, waar zij de Vlaamse deelnemers aan het Woordfees begeleidt. We hebben tientallen mails met elkaar gewisseld en kennen elkaar al een beetje. Nu zien we haar dus voor het eerst ‘in het echt’. Praten lijkt in het Afrikaans op zingen, er zit een beetje Antwerps en een tikkeltje Gents in. Geen taalprobleem dus. Haar bijzondere voornaam heeft Eureka aan haar moeder te danken. Die wilde voor haar eerste kind een naam die haar blijvend zou herinneren aan de grote ontdekking die het moederschap voor haar was. Eureka! En Barnard… jawel, ze is familie van. ‘Ongelukkiglijk wel,’ zegt ze mysterieus. Onderweg, net buiten Kaapstad, wijst ze ons het Groote Schuur-ziekenhuis aan waar Christian Barnard, een neef van haar vader, in 1967 de eerste harttransplantatie ooit uitvoerde. 

Vlakbij dat ziekenhuis zien we verkeersborden met ‘Buitenkant’ er op. Als dat geen goed voorteken is! We stoppen en ik maak snel een foto, waarbij als toemaatje het verkeerslicht net op groen springt als ik afdruk! Buiten de stad strekken zich langs de weg de zogenaamde khayelitsha uit, langgerekte townships of dorpen waar de arme zwarte bevolking in belabberde omstandigheden overleeft en waar gevaarlijke gangs wonen. Aan de overkant, op een troosteloze kale zandweg, is de gedoogzone voor prostituees. Op een man met een plastic vuilniszak na, is er geen levend wezen te zien. Het is dan ook pas elf uur in de ochtend en de zon schijnt ongenadig.

Na Kaapstad is Stellenbosch een vriendelijke kleine stad met winkeltjes, terrassen, restaurantjes en een slenterend, genietend publiek. We installeren ons in het oudste hotel van de stad waar we acht dagen zullen blijven. ’s Avonds begeven we ons naar een receptie/borrel voor de Belgische en Nederlandse Woordfees-deelnemers en aanverwanten. Ter plekke besluiten we een van de roze fauteuils waarin Eureka Barnard (l) , ik (r) en Kurt Defrancq hier poseren, de stoel van Meneer Jules zal worden. In een land waar de zon altijd schijnt en de mensen ongewoon vriendelijk zijn, mag het wat meer zijn. En wat kleuriger. Een paar van mijn illustere collega-schrijvers, waaronder Tom Lanoye, zijn ook aanwezig op de party. Het wordt me plots helemaal duidelijk waarom mensen mij altijd ‘een toegankelijke schrijfster’ noemen!   

Diane, Kurt & Meneer Jules in Zuid-Afrika

2 maart 2017 § Een reactie plaatsen

‘De vakantie begint NU,’ zei mijn vader op het moment dat we in de auto stapten op weg naar verre, vreemde oorden -Heist-aan-Zee, Trier, Luxemburg- en net voor we begonnen te zeuren of we er al bijna waren. Ik deed hetzelfde met mijn kinderen.

Op 1 maart, Aswoensdag, begint voor Kurt Defrancq en mezelf het grote avontuur op Schiphol. We hebben twaalf vlieguren voor de boeg voor we in Kaapstad zullen landen. Een goede mix van trots, dankbaarheid, ongeloof en de zenuwen raast door onze respectievelijke lijven, want we zijn nu toch echt wel een beetje ‘on world-tour’ met De Buitenkant van meneer Jules. Kurt heeft met zo’n 500 voorstellingen van de monoloog op zowat alle Vlaamse podia gestaan, in theaters, bibliotheken, cultuurcentra, crematoria en uitvaartcentra zelfs. Hij speelde een paar keer op Amsterdamse podia, vele malen in het Nederlandse Theater-in-de-Kamer-project, in Parijs en Bratislava. Maar uitgenodigd worden om deel te nemen aan het wereldberoemde Woordfees-festival in Stellenbosch, dat is andere koek. Daar heeft de Afrikaanse en meest recente van de 15 Jules-vertalingen mee te maken, maar ook de gedrevenheid van acteur Kurt Defrancq die hier al jaren van droomt en er op de hem bekende wijze de tanden in heeft gezet.

Pikant detail: in de monoloog zit de geest van Meneer Jules met de rug naar het publiek in een doorleefde fauteuil, al ruim vijfhonderd keren dus. Maar omdat die stoel, zelfs gedemonteerd, niet mee kan in het vliegtuig, zal onze eerste besogne zijn om in de Kaapse Meubelboulevard of Kringloopwinkel op zoek te gaan naar een zetel die Meneer Jules waardig is. De rest van het decor nemen we mee, alsook de geweldige licht- en geluidstechnicus Nele, Kurts vrouw.

Via deze blog zal ik u regelmatig op de hoogte houden van onze avonturen op en naast het podium.

Maar nu eerst: boarding-time! En als extra kers op de taart: na een alcohol-loze Tournée Minérale-maand landen tussen de wijngaarden van de voortreffelijke Chardonnaywijnen… dat kan geen toeval zijn.

D.B.

diane-en-kurt

Waar ben ik?

Je ziet het archief van maart, 2017 om VrijdagBlog.