Johanna Spaey over ‘Residentie van Artevelde’

24 februari 2017 § Een reactie plaatsen

Boekpresentatie 23 Februari 2017, De Groene Waterman Antwerpen

“Het verleden is niet achter ons, zoals men denkt, maar voor ons.
De schaduw van wat was werpt zich voor ons:
wat dood is bestaat nog en gaat voor ons uit.”

Met dit citaat van Henry Battaille (1872-1922) geeft Patrick Conrad nog voor hij zijn verhaal begint, al aan dat we de dood nooit mogen onderschatten, dat het verleden zich nooit laat afsluiten en dat oude overtuigingen soms nieuwe geheimen worden, maar altijd sporen zullen achterlaten. Tragische sporen.

Als ik dit zeg, denkt u waarschijnlijk: maar gaat niet elke roman over dat wat we onzegbaar vinden en toch nooit het zwijgen kunnen opleggen? De meeste wel. Zeker in misdaadromans draait alles rond de ontluistering en ontrafeling van oud zeer, lelijke gevoelens, schaamte en schuld. In ‘Residentie van Artevelde‘ is het niet anders. En toch ook weer niet.

“Terwijl ik, voor ik naakt onder de ventilator op mijn bed ging liggen, in de keuken een paar eieren met twee reepjes spek in een pannetje bakte, keek ik automatisch doorheen de latten van de voor het open raam neergelaten jalousie naar de lichtgele bakstenen gevel van Residentie van Artevelde, het stijlloze flatgebouw aan de overkant. Zoals gewoonlijk op dit uur brandde er al licht achter de gesloten gordijnen op het gelijkvloers links. In de vijf andere appartementen viel er nog geen teken van leven te bespeuren. En op de penthouse, waar een gepensioneerde politiecommissaris woonde die haast nooit buitenkwam, had ik geen zicht.”

Toch houdt galeriehouder Bernard de overkant dwangmatig in de gaten.

“(…) Ik twijfelde er niet aan dat de aarde niet de enige planeet in het universum was waarop zich een vorm van leven had ontwikkeld.  Al kon ook dit me bij nader inzien geen moer schelen.  Ik was meer geboeid door wat zich vlakbij, in de intrigerende appartementen van Residentie van Artevelde afspeelde dan door wat er miljoenen lichtjaren hier vandaan in de duisternis van onbekende zonnestelsels gebeurde.”

Terwijl je wordt meegezogen in een verhaal waarin je je afvraagt wat er zich nu allemaal afspeelt aan de overkant van de straat in ‘Residentie van Artevelde’ en wat de bewoners op hun kerfstok hebben, worden je voyeuristische neigingen al snel een halt toegeroepen. Geen pure Hitchcock, maar wel iets wat net zo goed is. Want de eerste dode die valt, is dan ook niet de man of vrouw die je verwacht.

Wat daarop volgt, lijkt misschien alweer op iets wat je al kent uit andere misdaadromans: er wordt namelijk een onderzoek ingesteld naar de moord en de dader. Maar ook daarin blijken de aanwijzingen en motieven misleidend. Al snel ontdek je dat je deze misdaadroman niet eens meer leest omdat je ‘Aha, ik wist het wel’ – of wat u ook meestal roept op het einde van een thriller – wilt roepen. Nee, je leest ‘Residentie van Artevelde’ omdat je wordt betoverd door de verbluffende taal van Patrick Conrad, omdat je in de ban bent van de veelzijdige en dwingende erotiek die mensen met elkaar verbindt en, dat geef ik graag toe, omdat je je ook graag verheugt in al dat zwak-menselijke. Het al te menselijke.

Af en toe word je ontroerd, af en toe ben je verbijsterd, en zeer zeker wil je af en toe ook luidop lachen.

Wat Patrick binnen de Vlaamse misdaadliteratuur zo zeldzaam maakt, is dat hij niet alleen een schrijver is die het genre van de ‘noir’ perfect onder de knie heeft, maar dat hij ook een fenomenaal goede schrijver is. Morbide, jawel. Verrassend, zeker. Onconventioneel absoluut. En poëtisch. Altijd opnieuw.

Als dichter, schrijver, essayist, scenarist, filmmaker en kunstenaar is Patrick Conrad van alle markten thuis. Maar dat klinkt, vind ik zelf, een beetje plat als je naar zijn extravagante oeuvre kijkt. Avant-garde is hij altijd geweest. Zelf leerde ik hem voor het eerst kennen als maker van ‘Mascara’, een film waarin hij, lang voor ‘Thuis’ de knuffeltransseksueel uitvond, een jongen met borsten of was het nu een meisje met een penis de hoofdrol liet spelen. Dat zag je in de jaren tachtig maar zelden in de cinema. En nu niets nog avant-garde is, keert Patrick schijnbaar terug in de tijd en geeft hij het klassieke genre van de ‘noir detective’ een aparte, nieuwe glans.

Dat Patrick in 2015 de Hercule Poirotprijs won met Moço had zeker te maken met de eigenzinnige manier waarop hij misdaadromans schrijft. ‘Residentie van Artevelde’ is opnieuw zo’n On-Vlaamse thriller, omdat de schrijver geen zin heeft in een strikte plot, zichzelf een meta-blik op zijn eigen verhaal gunt, en rammelt met de grenzen van gender en fatsoen.

De allerlaatste zinnen van ‘Residentie van Artevelde’ wil ik u toch al verklappen:

“In de liefde is het zoals in de kunst. Niets is wat het lijkt en je ziet alleen wat je wil zien.”

En zo is het maar net.

Johanna Spaey

 

Advertenties

Getagd: , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Wat is dit?

Je leest nu Johanna Spaey over ‘Residentie van Artevelde’ voor VrijdagBlog.

Meta

%d bloggers liken dit: