Patrick Van Gompel over ‘Landlopersblues’

20 oktober 2016 § Een reactie plaatsen

Boekpresentatie 27 augustus 2016, Merksplas

Goeiemiddag vrienden en andersdenkenden,
Goeiemiddag trouwe lezers van Louis Van Dievel
Goeiemiddag  toekomstige lezers van Landlopersblues,

Ik ken Louis al 40 jaar. Wij zijn goed bevriend.

40 jaar geleden hebben Louis en ik in Brussel deelgenomen aan een examen van het Humanistisch Verbond. We wisten toen al dat we van een ander gedacht waren. Bij het Humanistisch Verbond zochten ze een persmedewerker, of zoiets.

Ik was met de fiets van Weelde naar het station van Turnhout gereden en van daaruit ging ik met  de trein naar Brussel.

Na het examen zijn we aan de praat geraakt. Ik was straatarm en hij was met de auto. Hij wilde mij wel afzetten aan het station in Antwerpen. Het werd een bijzonder aangename rit in een rood R-4ke, als ik mij dat nog goed herinner.

Ik had snel door dat Louis een angstaanjagend verstandige man was. Van de vragen bij het Humanistisch Verbond weet ik niets meer, maar ik weet nog wel dat hij precies wist wie Pino Cerami was. Sindsdien weet ik dat ook.

Ik wist niet dat hij vertaler-tolk Italiaans-Engels was. Hij maakte indruk op me en in zijn buurt voel ik me nog altijd een beetje geestelijk verlamd.

Jullie weten hoe verlegen ik kan zijn.

De babbel onderweg was zo plezant dat Louis bij het naderen van Antwerpen besloot om me maar meteen aan het station in Turnhout uit te schudden. Vergis u niet, ook 40 jaar geleden was dat een flinke rit.

Het moet uit compassie geweest zijn.

Van het een kwam het ander. Losse contacten werden vaste contacten. Er volgde een gezamenlijk BRT-verleden en een gezamenlijk VTM-verleden.

En een gezamenlijk stripverleden.

We zaten samen in de jury van De Stripquiz en ik mag gerust stellen dat de juryleden het verder hebben geschopt dan de presentator van die quiz.

De heer Gie Luyten is geëindigd in de softporno. Wat een watje.

Afgaande op wat ik heden heb gelezen, mag Louis de categorie softporno onmiddellijk overslaan.

Jullie  kennen mijn gezegde:

Seks met een veer, een pluim, dat is erotiek.

Maar seks met een heel kieken, dat is porno.

Toen we in 1989 naar VTM overstapten belden de kranten. De Morgen vroeg mij waarom ik het huis van vertrouwen verliet. Ik heb de verslaggever van De Morgen  verteld dat Louis en ik van plan waren om te gaan samenwonen, maar dat hoefde niet meer omdat we  mekaar voortaan zouden zien in Vilvoorde.

De Heer Jan Merckx zaliger dacht dat hij twee homo’s had gekocht.

Om maar te zeggen. Het is een levenslange vriendschap. En dat betekent dat we veel tegen elkaar kunnen zeggen. Ik kan dus rechtuit tegen hem zeggen wat ik van zijn boeken vind. En dat kan ik ook vandaag.

Goede vriend, jij zou het mij kwalijk nemen als ik vandaag niet eerlijk zou zijn, ik zal het rechtuit zeggen, recht in je gezicht: Landlopersblues is een geweldig boek.

Ik ga  vrienden aanraden om het boek te kopen.

Of ze het boek ooit lezen, dat vernemen we later wel.

Het is écht een goed boek.

Er staat gelukkig weer een hoop vuile praat in, het gaat dus weer helemaal goed met je. Er zijn nog zekerheden.

Bij je vorige boek,  dacht ik nog, hij gaat toch niet literair beginnen te doen zeker.

Maar bij je boek voor Wablieft -vlotte boeken in duidelijke taal voor beginnende volwassen lezers- zag ik de eerste tekenen van geestelijk herstel.

Ook de titel van dat boek  “De onderbroek” was voor mij niet te hoog gegrepen.

Nee Louis, “Landlopersblues” is een heel interessant boek, het boek  gaat over iets en ik heb het helemaal gesnapt. Dat denk ik toch.

Louis Van Dievel kan heel goed vertellen. Hij weet wat hij moet zeggen, hij weet hoe lang zijn zinnen moeten zijn, hij schrijft de zinnen op zoals mensen ze uitspreken of bedenken.

Na een bezoek aan zijn weelderige villa op het eiland El Hiero weet ik hoe dat komt. Hij heeft dit boek geschreven met de hand en niet met een computer om de doodeenvoudige reden dat hij geen Word had op zijn Mac.

Een boek schrijven met de hand levert aardig wat voordelen op: het heeft een eigen ritme. De snelheid van het toetsenbord gaat niet aan de haal met een gedachte.

Een zin laat zich rustiger kneden. De zinnen kloppen op het ritme van je hart, nergens is er onrust bij het lezen, het verhaal is het verhaal, en dat verhaal laat zich zo makkelijk lezen als het geschreven is.  En het is knap geschreven.

Louis kan goed schrijven omdat hij goed kan luisteren. Ik ken vroegere  werkgevers van Louis die vinden  dat hij NOOIT  luisterde maar ik vind dat hij wél goed kan luisteren.

Hij kan zelfs goed afluisteren, of heeft u zijn boek over die mensen op de trein niet gelezen? Hoe heet die stationsroman ook alweer? “Het gewemel”. “Het gewemel” heeft hij niet zelf geschreven,  dat heeft hij gewoon afgeluisterd.

Ik heb de cassetjes zien liggen in zijn tweede badkamer in El Hiero.

Het boek gaat over een tiental landlopers die hier in Merksplas begraven liggen. Louis heeft uitgezocht wie die mensen waren, hoe ze heetten en wat voor een beroep ze deden.

En daar zit ferm volk tussen: een ex-havenarbeider, een dwerg met een ongelooflijk grote fluit, een wees, een ex-boerenknecht, een pooier, een dief, een kinderverkrachter.

Schoon volk waar ge ne ferme boek over kunt schrijven.

Nogal wat dingen kloppen. Maar nog meer dingen kloppen niet, die heeft Louis uit zijne grote duim gezogen. Het bekende machtsmisbruik van de schrijver. En dat Louis fantasie heeft, zal je wel merken. Trouwe lezers weten dat.

In de wereld van Louis Van Dievel wordt niet gejij- en gejoud. In zijn boeken praten mensen zoals nog veel mensen praten, niet zoals dé mensen praten maar zoals nog véél mensen praten.

En dat is straf, dat die landlopers zo praten want ge weet het nog nie maar al die landlopers in de Van Dievel zijne boek liggen onder de grond. Die zèn zo dood als ne pier. Het zijn sprekende lijken, bij wijze van spreken.

Louis Van Dievel kan vuile praat vertellen in schoon Vlaams. Bij hem geen jeukwoorden.

Zoals: “een draagvlak creëren”, “een concept uitrollen”, dat gezeik over ”uit je comfortzone stappen”, dat gelul over ”een wereld waarin de stakeholders een stukje commitment verdienen”, “out of the box denken”, “in the flow”, “de bottomline”.

Enfin, ik wil hier niemand aanjagen en  ik zou het geheel nog veel beter kunnen contextualiseren, maar ik wil vandaag vooral profiteren van de versheid van dit verhaal.

Louis, goede vriend, gij zijt geprezen, EINDELIJK gewoon Nederlands zonder daarop een vettige kleilaag die niemand nog begrijpt.

Louis, ge zijt geprezen want ik versta wat gij zegt. Gij praat over:

  • De paters fluitentrekkers
  • Een mens moet toch altijd iets van zijn leven ergens kunnen verstoppen in een hoekske van zijn kop
  • U laten pakken aan uw intieme delen
  • Jefke, wat ligt ge daar in uw eigen te moemelen?
  • Gij moet iets zeggen met uw fluitentrekkerij
  • Als ge maanden aan een stuk naar vuile praat hebt moeten luisteren, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, krijgt ge zelf ook goesting
  • De kolonie werd mijn thuis en het Statiekwartier in Antwerpen mijn buitenverblijf.
  • Hij kreeg ook nooit bezoek. Hij zag daar vanaf.
  • Brigitte gorgelde en krochte nog wat en ze spartelde met haar benen, maar veel leven zat er niet meer in.
  • Waart gij gelijk een kat die zich enkel laat strelen als ze er zelf goesting in heeft, of honger, of dorst?
  • En dan zijn er nog een paar dingen die ik niet durf voor te lezen. Ge kent mij.

Geachte genodigden en onderaardsen,

Waar gaat dit boek over?

  • We lopen maar wat rond op deze aardkloot. De gewone mens moet niet al te veel verwachten van het leven. Buiten wat plaatselijk geluk en een hoop miserie dat in elk leven te vinden is.
  • Het boek gaat over een stel sukkelaars die denken dat ze met elkaar vriendschap sluiten, het lijkt wel het televisiefeuilleton Carnavàle. Er trekt een stoet voorbij van verschoppelingen, wezen en gebrekkigen maar Louis kijkt er niet op neer. Louis zoekt naar de waardigheid in de mens.
  • Het boek gaat over grote familiegeheimen, over hoe mensen elkaar den duvel aan doen. Mysteries. Was de grootvader van Anita Kneepkens eigenlijk nen homo?
  • Het boek maakt een eind aan de romantiek van de landloperij, de Kempense poëtische voorstelling die we daarvan hebben, het was allemaal niet zo romantisch.
  • Het boek gaat over de doos met foto’s die in elk ouderlijk huis nog wel te vinden is. Al die familiegeschiedenissen, de details en de anekdotes passen in een groter geheel dat je uiteindelijk zelf samenstelt, wat misschien wel het leven voorstelt.
  • Het boek gaat over verlaten worden, alleen laten en alleen zijn.
  • Het boek gaat over: de wereld is allemaal niet zo proper. Het verleden laat u nooit los.
  • Het boek gaat over vriendschap, over iets voor mekaar over hebben.
  • Het boek gaat over dit, citaat: Ik was helemaal alleen toen ik stierf. Pijn had ik niet, met al die morfine. Maar bang dat ik was. Er was niemand op mijn begrafenis.
  • Oordeel niet te rap over de mensen.

Ach. Er moet op tijd gelachen worden met het leven, maar het is pas plezant als er iemand meelacht.

Ge moet Van Dievel ook tussen de lijnen lezen, de dingen die er niet staan maar wel gezegd worden.  Louis  Van Dievel is een chroniqueur van zijn tijd en zijn eigen leven.

Eigenzinnig en uitzonderlijk, volks en doodeerlijk, in doen en schrijven.

Het is fijn om zulke vrienden te hebben.

Louis lieve vriend, ik lees u graag.

Yves T’Sjoen over ‘Radeloos en betoverd’

20 oktober 2016 § Een reactie plaatsen

Bundelpresentatie 27 september 2016, De Zondvloed

Beste genodigden, beste Pat,

De presentatie van een nieuwe dichtbundel mag door de uitgeverij dan wel worden aangekondigd als een feestelijke aangelegenheid, toch brengt zo een gebeurtenis ook onzekerheid en pleinvrees met zich mee. Elk nieuw boek betekent voor een schrijverschap een nieuwe geboorte. Onwetend over het leven dat de dichtbundel wacht, staat de schepper er altijd wat verweesd en zelfs beduusd bij. Het geesteskind wordt immers aan zijn greep en toeziend oog onttrokken. Voortaan moet het op eigen benen staan en manmoedig de capriolen van het literaire bestaan ondergaan. De boekpresentatie mag dan wel een geboortefeest zijn, met een modieus woord een babyborrel, het is ook een moment om los te laten en afscheid te nemen. Hoe feestelijk ook, een zekere melancholie of zelfs fantoompijn gaat gepaard met dergelijke publieke evenementen. Ik weet niet of ik mij, de metafoor van de geboorte indachtig, vanavond de vroedman van dienst, laat staan de verlosser mag noemen. De vraag is of ik me de rol moet aanmeten van gediplomeerd gynaecoloog die de keizersnede voor uw ogen voltrekt.

Die functie meet ik me vanavond niet aan. Al was het maar omdat ik een minieme rol mocht spelen in de conceptie van het kind. In deze kraamkliniek of zelfs verloskamer van het literaire boek neem ik u mee in de wandelgangen die leiden naar de bedstee waar de bevruchting plaatsvond. In tempore non suspecto, toen van een bevalling nog geen sprake was, ontspon zich een gesprek tussen lezer en schrijver. Aarzelend, misschien wat schroomvallig, vroeg de dichter of ik bereid was een versie van de nieuwe bundel Radeloos en betoverd te lezen en mijn commentaar te leveren. Vereerd met de vraag mocht ik zonder de plichtpleging van de literaire recensie, buiten het publieke forum dus, in alle ongedwongenheid mijn mening verkondigen. Niet als letterkundige poortwachter maar als bevoorrecht intimus van de schrijver. Mijn eerste indrukken lieten even op zich wachten nadat Pat mij begin februari de teksten had toegestuurd. Tekenend voor de acute koudwatervrees die de schepper toen ten dele viel, was het bericht waarin hij met de hem typerende hoffelijkheid informeerde naar en mij herinnerde aan die in het vooruitzicht gestelde impressies. Op 25 februari, zeven maanden voor Radeloos en betoverd vanavond het licht ziet, schreef ik in een paar uur drie berichten, losse notities met leesindrukken. Ik wil u als toeschouwers in de kraamafdeling van de poëzie met genoegen en zeer uitzonderlijk deelgenoot maken van de gevoerde correspondentie. Uitzonderlijk gezien de aanvankelijke vertrouwelijkheid van onze gedachtengang en gevoelsuitstortingen. Dit is een presentatie bij wijze van persoonlijke getuigenis.

Uiteraard behoeft de heer Donnez geen introductie. Dat zou beledigend zijn voor u en hem. Dat de radiomens vooral ook een schrijver is, hoeft evenmin een betoog. Ik vermeld hier even de twee bundels die Pat mij vorig jaar gul overhandigde, het debuut Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat), uitgegeven in 2007, en het jaar daarop Hotemetoten. Gedichten voor kinderen en andere grote mensen. Sindsdien verscheen proza, onder meer de roman Lichterlaaie, en nu eindelijk na lang wachten en veel polijsten de nieuwe bundel. Pat schrijft parlandistische poëzie, zoals u heeft kunnen merken op de schrijverswebsite en de filmpjes met uitverkoren regels uit het nieuwe dichtwerk die zijn ingesproken door onder anderen Johan Braeckman, Dirk de Wachter, Chantal Patyn en Bart Stouten. We hebben hier met een mediamens, een etherboy, te maken die zijn waar op een esthetische en enthousiasmerende wijze aan de man en de vrouw weet te brengen. Maar goed, ik wil het niet hebben over de publieke figuur Pat Donnez maar ook de dichtbundel, bij de gratie waarvan de dichter Pat Donnez bestaat. Ik presenteer met uw goedvinden een eigen getuigenis.

(1)

“Ik zit te genieten, beste Pat, en dat is niet om jou op deze grijze donderdagnamiddag gratuit of zelfs uit een vervelend schuldbewustzijn na het lange talmen te vleien of te paaien. Zonet las ik in een ruk de eerste afdeling ‘ex amore’ van je bundel-in-wording Radeloos en betoverd. Je schrijft poëzie die mij naar de keel grijpt, veelal over een niet nader genoemde ‘hij’ en een ‘zij’. Het is mooi hoe je in jouw nieuwe werk erin slaagt structuur en diepgang te creëren. Bijvoorbeeld door in de eerste afdeling drie appartementpassages in te lassen, met die stille en in metaforen lispelende vrouw en de taterende ‘hij’. De passages fungeren als kaderverhaal. Ik ben geraakt door de reflecterende dichtfragmenten over verkeerd begrijpen, of het onvermogen tot de ander door te dringen, gedichten over kwetsbaarheid. En dat allemaal in een parlandistische stijl die de humor en de speelse ironie allesbehalve schuwt. Ik zet me nu schrap voor de middenafdeling van de bundel, ‘ik wil mij weg toveren in taal’. Metaforen zeggen meestal meer dan wat de gewone omgangstaal te bieden heeft.”

Enkele uren later noteerde ik deze zinnen die ik voorlegde aan de dichter.

(2)

“Beste Pat, hoe anders en ook weer gelijkend op een bepaalde manier is de tweede afdeling. Je schrijft uitgesponnen gedichten, zoals dat fraaie ‘Patois’, je bent dan weer bijzonder speels en ironisch in ‘Poly-amoureus’. De gedichten handelen over jeugdherinneringen en hoe zelfs een verkaveling die Latijnse riedel “rosa rosae rosam” van de schooltijd niet uit ons wezen van vandaag kan bulldozeren. Ik lees de gedichten het liefst hardop. Hardop lezen laat je de taal beter voelen, biedt je een toegang tot de poëzie in haar muzikaliteit, in haar textuur. Bij dat voor mezelf voorlezen vallen het ritme van de taal en de cadans van je woorden des te meer op. Ik hou nogal van de ritmisch samengestelde en tot de verbeelding sprekende clusterwoorden in het gedicht ‘Patois’: “vogelbekbessen” (x3), “konijnenwittebrood, nederwiet/melktingel en bijtenetel”. Ik kan je nu al zeggen dat de variant op Claus’ ‘Ik schrijf je neer’ (in ‘ex amore’) ondertussen blijft nazinderen na afloop van mijn eerste lectuur.”

Toen las ik, de bundel van begin tot eind tot mij nemend en rustig – hardop pratend – savourerend, de derde en afsluitende afdeling ‘ars vivendi’. Ik liet Pat op die donderdag 25 februari het volgende weten:

(3)

“Je bent speels met woorden, beelden en ritmes, zei ik zonet, maar ook in het gebruik van interteksten. Ik ben blijven haperen aan die ene intratekst die echoot in het gedicht ‘Schuimende koppen’. Haperen, niet zozeer omdat het de afdelingstitel opleverde en op een manier dus een regel is die echoot, maar omdat het zo juist is wat je neerschrijft – zonder omhaal van woorden – in het gedicht ‘Ik wil geen woorden’:

Ik wil geen woorden
worden
om te wantrouwen

Ik wil
een deuntje zijn
dat herhaaldelijk kwinkelerend
verdwijnt
Ik wil mij weg toveren in taal.

 
Schrijven om te verdwijnen. De regels laten me denken aan het titelgedicht in Gerrit Kouwenaars vroege bundel het gebruik van woorden met de visser die uit het gezicht en het gedicht verdwijnt op het einde. Dank voor de woorden, Pat.

Beste vriend Pat, dankzij jouw woorden (gewikt & gewogen, kort & lang), de geestige kwinkslagen en diep doordringende ironie, onderhoudend & grappig & op het eind van de afdeling onthutsend, met terneerdrukkende vertellingen en verzuchtingen (zoals over de nationale bank en het dorpsgeroddel), heb ik deze namiddag met ‘ars vivendi’ mezelf horen lezen. Jouw woorden die ik op je vriendelijk verzoek stem en betekenissen mocht  geven. Radeloos en betoverd is een knappe, doorgecomponeerde bundel met drie afdelingen die toch wel een heel eigen gezicht laten zien maar onmiskenbaar samenhoren.”

Geachte dames en heren, tot hier mijn leesindrukken in gekapt stro, volgens de compositie van de bundel ingekleed. Uiteindelijk zal u zelf oordelen over het nieuwe geesteskind. Nu de geboorte een feit is en de fiere vader Pat Donnez hier als dichter opnieuw debuteert, zullen de teksten een eigen bestaan leiden. Ik ben dankbaar dat ik in de loop van het wordingsproces mocht toekijken en op vraag van de schrijver een particulier oordeel vellen. Vandaag lees ik de teksten in een fraai uitgegeven boek wellicht weer anders. Maar dat is voer voor een recensie.

Beste Pat, ik stel er prijs op jou van harte te feliciteren met het nieuwe dichtwerk. Samen met jou kijk ik toe hoe Radeloos en betoverd nu zijn eigen weg zoekt en straks een leven buiten jou en mij tegemoet snelt. Vader en kind, laat het jullie voor de wind gaan.

Waar ben ik?

Je ziet het archief van oktober, 2016 om VrijdagBlog.