Overrompeld met nabijheid en ontroering: Annelies Verbeke over BIJNA EEN AMERIKA van Max Temmerman

8 oktober 2013 § Een reactie plaatsen

Max is mijn vriend. Ik zie hem niet vaak maar wel heel graag. Omdat ik heel duidelijk weet waarom hij mijn vriend is. Ik wil dat uitleggen, want het heeft veel te maken met de bundel die we vandaag vieren.
Max is mijn vriend om voor de hand liggende redenen, zoals: we kunnen om dezelfde dingen lachen. Er is echter eveneens een specifieke reden, en ik vond dit een goede gelegenheid om die ook voor hem voor het eerst onder woorden te brengen.
Het begint een beetje triviaal. Een aantal jaren geleden keken Max en ik – net als miljoenen anderen – onder de indruk en meegsleept naar de serie The Sopranos. Een uitspraak van Tony die bij mij bleef resoneren was de vraag ‘Whatever happened to the strong silent guy?’ Iemand die stand houdt, door emotie overmand, de sterke zwijger. (Mijn laatste zin was een onvoorziene haiku.) Max is de enige mens die ik ken, op wie dit beeld, dit symbool dezelfde impact had als op mij. Tijdens minstens drie gelegenheden, hoorde ik hem ‘the strong silent guy’ vernoemen.
En ik geloof dat we het onderling wel eens kort over hem hadden, maar het leven raast meestal te snel voorbij om op zulke raakpunten in te gaan. Bovendien span ik me in niet al te raar over te komen. ‘Volgens mij delen wij een ideaal’, is een vreemde boodschap om iemand mee op te bellen, of een gesprek mee te onderbreken. Maar nu moest ik het zeggen.
Als iemand wordt getroffen door een groot verlies, en dan nog eens, en dan nog eens, dan kun je ook als vriend niet veel anders doen dan daar met bedremmelde onmacht naar staan te kijken. Max heeft meer verloren dan de meesten onder ons. In zijn vorige bundel – die ik ervoer als een complete verrassing, vol herkenning en troost – was de thematiek van het verlies al aan de orde. In Bijna een Amerika, opgedragen aan zijn overleden ouders, is het een startschot. In het openingsgedicht ‘Horror – een sprookje’ is de dichter in het donker onderweg naar het doodsbed van zijn moeder. Veel beklijvender kan een aanleiding niet zijn. Zelfs in deze nachtmerrie houdt hij vast aan een overtuiging die het de hele bundel door blijft halen van melodrama of verbittering: het voornemen onverstoorbaar te zijn, gecombineerd met de moed het lot in de ogen te kijken, de daarbij horende emoties te ondergaan.
Ook veel minder bruusk verlies wordt op deze bladzijden vastgelegd. Jeugdherinneringen, archiefbeelden, gesloopte stukken stad, en, heel letterlijk: het verlies van taal. De dichter weigert te vergeten. In het gedicht ‘Vuurvast’ schrijft hij: ‘Ik deed niets van de hand en omringde me / met vuurvaste koffers vol tijd die in onbruik was geraakt.’ De titel van deze bundel – ‘bijna een Amerika’ – krijgt in het gedicht ‘Continentaal’ een nostalgische lading die recht naar het hart gaat, en tegelijk deel uitmaakt van een kritische bedenking over onze hedendaagse manier van leven. Hoe, dat moet u zelf lezen.
Maar Bijna een Amerika is meer dan een beklijvende archivering van het verlies, zelfs meer dan een hoogst persoonlijke getuigenis over gevloerd worden en weer recht krabbelen. Het is ook, en misschien bovenal, een bundel over geluk.
‘Les gens heureux ont pas d’histoire’ hoorde ik mezelf in het verleden wel eens beweren. Tot ik dat plots onzin vond. Max’ tweede dichtbundel heeft me mede gesterkt in die laatste overtuiging.
Omgeven door verlies, beseft de dichter dat hij leeft. Deze bundel staat bol van hunkering en invulling. De geschiedenis zingt met de dichter mee, de natuur ook. Er zijn gedichten die aan jachttaferelen doen denken, met weerloze, maar levende dieren. Er zijn veel wolken, en nog meer bomen.
Wat mij het meest treft in Bijna een Amerika is het waardige wachten, de liefde voor wat rest en dan: het stille schitteren, het plotse stralen. Het gedicht ‘Geheimtaal’ besluit met de regels: ‘Laat alles en iedereen spreken en laat ons luisteren. / Wij gaan oud worden en inzicht komt met de jaren.’
Vriend Max, je gedichten hebben me overrompeld met nabijheid en ontroering.
En the strong silent guy, dat ben jij.
Annelies Verbeke

Frank Hellemans over BELGISCHE FABELS van Frank Adam & Klaas Verplancke

8 oktober 2013 § Een reactie plaatsen

Vandaag is het feest en vieren we je lustrum. Vijf boeken vol straffe fabels hebben je definitief een plaats bezorgd in de literaire fabeltjeskrant. Als er iemand in Vlaanderen en Nederland een fabel kan vertellen, dan ben jij het wel.
Ik heb Frank van bij zijn eerste literaire probeersels meer dan 20 jaar geleden van nabij gevolgd en besproken. Toen al – begin jaren 90 – viel je op door je eigenzinnigheid en tegendraadse verbeelding. Frank houdt er van de dingen om te keren en op hun kop te zetten. Soms doet hij dat uit louter balorigheid, een beetje zoals een koppige ezel, niet zomaar het lievelingspersonage in Franks oeuvre. Maar meestal zet hij de dingen op hun kop omdat je dan beter zicht krijgt op het leven, zoals het echt is.
Een andere constante in Franks werk is woede, verontwaardiging omdat het beste paard nu eenmaal niet de haver krijgt die hem toekomt bijvoorbeeld. Frank kan daar als schrijver over meespreken. Alhoewel de laatste tijd minder en minder, nu hij in exotische optrekjes te Amsterdam, Letland of Frans-Vlaanderen met kost en inwoon deze nieuwe fabels mocht gaan maken. Ook nu trekt Adam meer dan ooit van leer tegen valse profeten van allerlei pluimage, tegen de schijn die het zijn versmacht in een alles overstemmend positief sfeertje van toffe jongens en meisjes onder elkaar. Een van de talloze gevleugelde uitspraken in dit fabuleus boek zegt het zelf: ‘De mensen belichten graag het ongelijk van de woede, maar zijn blind voor het gelijk van de woedende.’
Het knappe is natuurlijk dat Frank het gelijk van de woedende niet zomaar uitschreeuwt maar daar literatuur van maakt, superieure literatuur en ik wik mijn woorden. Toen ik drie jaar terug hier ook stond en de lof zong van zijn ‘Liefdesfabels’, vroeg ik me af hoe het nu verder moest.Had hij na vier boeken de hele tour d’horizon niet volbracht, vroeg ik mij af: van de wereld en de woestijn in de eerste twee, tot de erotiek en de liefde in de volgende twee delen? Wanneer hij met het idee uitpakte om Belgische fabels te schrijven, begreep ik dat Adam eindelijk wou thuiskomen en het deksel oplichten van de Belgische beerput.
In zekere zin zijn de vorige vier delen dus de opwarmingsrondjes die Frank liep om eindelijk eens in dit vijfde deel serieus zijn gedacht te zeggen over wat hem echt dwars zit. Frank is ondertussen 50 geworden – in augustus als ik me niet vergis – en schreef ook een fabel over het dwarse gelijk van de vijftigers. Iets wat mij mede-vijftiger natuurlijk als muziek in de oren klonk. ‘Jij bent het soort twintiger-dertiger-veertiger wiens enige eed is: samenwerken is samenzweren; vriendschap is een job; liefde vraagt om een cv.’ De hele tirade ga ik hier niet afsteken, dan kan Frank zoveel beter, maar de conclusie wil ik jullie niet onthouden: ‘Het wit der positivo’s verblindt – Alleen het diepste, donkerste zwart geeft het licht zijn mooiste, helderste glans.’
Frank heeft een bijbelse familienaam en doet die in dit boek Belgische fabels alle eer aan. De negativiteit die ons vandaag omringt – het is overal crisis ook vaak in het persoonlijke leven – wordt door Frank helder in het vizier genomen. ‘Het hoogste geluk dat de mens kan bereiken is dat hij zijn ongeluk onder woorden kan brengen’, heet het dan. Zijn ezel, Franks alter ego, kickt haast op onrechtvaardigheid en zoekt die zoveel mogelijk op. Hilarisch maar ook diepzinnig is het bezoekje van de ezel aan HALAL, een letterwoord dat staat voor ‘Heden allemaal links alliantie’. (Misschien nog een ideetje voor Abou Jajahs nieuwe AEL straks). Heden allemaal links alliantie dus, halal: Niet koosjer, zou ik zeggen, een dergelijk ‘Halal’-genootschap. Soit. De ezel bevindt zich in links gezelschap dus om de kwestie van het burgerschap uit te klaren. Van wie is ’t stad? Zonder die stad bij naam te noemen, is het duidelijk dat het hier gaat om de heikele kwestie of het stad van iedereen is – zoals een reclamegoeroe ooit beweerde – of toch niet helemaal van iedereen. De ezel besluit ‘Halal’ van antwoord te dienen met een eigen politieke partij die toepasselijk ‘IA’ heet, IA want Iedereen (ie) allochtoon (aa). ‘Volwaardig burgerschap is pasmogelijk via het statuut van allochtoon’, staat als opperste statuut in het ‘IA’-manifest. Immers, het stad is niet van iedereen, het stad is van niemand. (IA ook een ideetje voor die nieuwe partij van Jajah?)
Frank houdt van redeneren in het ongerijmde omdat het ongerijmde en het absurde troost bieden, zoals hij zelf schrijft. Frank gaat in deze nieuwe fabels immers niet alleen duivels te keer tegen alle vormen van tafelspringerij. Hij ontmaskert niet alleen de valse profeten die vandaag geen strobreed in de weg worden gelegd. Nee, hij zoekt ook naar de ultieme manier van zin- en vooral troostgeving door in de omkering van hetgeen aanbeden wordt het mooie te zien. ‘Alleen het diepste, donkerste zwart geeft glans’, heet dat dan.
Er is in dit vijfde deel van Franks fabels nog iets meer aan de hand. Zijn fabels worden uitgepuurder. Waar vroeger de aforismen als rozijnen in het verhaal werden rondgestrooid, neemt Frank vaak niet meer de moeite om een verhaaltje, een fabeltje, te verzinnen maar serveert hij open en bloot een heel hoofdstuk oneliners, en wat voor oneliners. Ik heb er nog nooit zoveel aangestreept bij jou als in dit boek nu, Frank. Het is verleidelijk om er nu een resem te gaan citeren, maar dat is niet mijn taak. Toch kan ik het niet laten om er een paar uit te lichten. Soms zijn die haast bijbelse spreuken erg satirisch, zoals bij de betere stand-up comedian: ‘Een Belgische commissie concludeerde dat Belgische commissies door onbekwaamheid, pretentie,wraakzucht of jaloezie altijd tot verkeerde conclusies komen.’ Soms zijn die spreuken bijna melancholisch en romantisch, zoals deze valentijnsontboezeming als het ware: ‘In de liefde loopt het meestal verkeerd af omdat de liefde verkeerd is begonnen. Liefdes die goéd zijn begonnen, lopen áltijd verkeerd af.’ Geen wonder dat hij deze collectie fabels aflsuit met een heuse tafel van overpeinzing, een soort tafel van vermenigvuldiging met als uitsmijter: ‘De Belg is een priemgetal’. Rararara.
Uitgever Rudy Vanschoonbeek maakte ook van dit vijfde deel een pareltje waarin de aforismen typografisch eruit springen. Maar het zijn toch vooral de tekeningen van Klaas Verplancke, Franks brother in arms, die de sfeer van surrealistische maar glasheldere verbeelding van deze fabels perfect illustreren. Ik heb begrepen dat Klaas’ tekeningen ook tijdens de receptie straks in de wandelgangen zullen worden geprojecteerd. Achteraan dit boek vond ik een tekstje over Klaas Verplancke dat evengoed onderdeel van de fabels zelf had kunnen zijn. Ik vermoed dat Frank Adam dus de tekstschrijver was van deze aparte bio. Ik lees even voor zodat jullie zelf kunnen oordelen: ‘In een vorig leven bevorderde Klaas Verplancke de lenigheid van Belgische soldaten toen hij een gymnastiekrubriek openhield in het soldatenblaadje. Later ging hij reclame maken voor mayonaise, aambeienzalf en kiekendraad.’ Nog interessanter wordt het wanneer de tekstschrijver van dit biootje Klaas’ kunnen en kunst karakteriseert. Het lijkt wel alsof Frank Adam in één moeite door ook zichzelf typeert: ‘Een humor die kan variëren van mild tot sardonisch, een poëtische verbeelding, een voorkeur voor voorhet verbeelden van abstracte begrippen en universele emoties, en een dwarse, surrealistische kijk op de werkelijkheid.’ Tja,zeg nu zelf, dames en heren. Frank en Klaas, twee handen op één buik. Zoveel is zeker.
Ik hoop dat ze daar nog vaak mogen blijven liggen en dat deze artistieke tandem blijft verbazen met nieuwe spitante fabels en tekeningen. Ook al moet ik er bijzeggen dat het moeilijk zal zijn om deze vijfde reeks nog te overtreffen. ‘Belgische fabels’ is voor mij het hoogtepunt in Franks rijke fabelcarrière. Misschien dat hij in een volgend deel alleen nog aforismen overhoudt om vervolgens te verstommen. Wie zal het zeggen?
Frank Hellemans (Brugge 4 oktober 2013)

Waar ben ik?

Je ziet het archief van oktober, 2013 om VrijdagBlog.