Laudatio Knack Hercule Poirotprijs voor Hof van Assisen van Louis van Dievel

4 november 2012 § Een reactie plaatsen

HET VENIJN ZIT IN HET BEEN

Laudatio Louis Van Dievel, Boekenbeurs 2012

15e Hercule Poirotprijs Knack

Beste Louis,

Dames en Heren,

Het was de hoogste tijd om Louis Van Dievel te bekronen. Zo komt er wat evenwicht tussen zijn magen en verre verwanten. In 2008 stelde hij zijn toen nieuwe roman Een Familiegeschiedenis voor bij de firma Van Dievel. A Devil in Transport. Louis heeft eigenlijk fout gekozen. Transport brengt op, de duivel zelden. Vijf vrachtwagens hebben nochtans een maand lang rondgereden met reklame voor die nogal geflopte, kwebbelende familiegeschiedenis uit Bonheiden en Mechelen.

Louis heeft zelf drie jaar langer moeten wachten op een prijs, de hoogste die je in Vlaanderen kunt bereiken in zijn genre – zus en broers De Wael die de truckersgroep runnen kregen in 2009 de titel van ‘Transporteur van het Jaar’. De soortgelijke ‘Kolporteur van het Jaar’, van eigen werk dan, gaat niét naar Louis – er kan maar één Stan Lauryssens zijn. Maar A Devil in Transform, dat is de 15e Winnaar van de Knack Hercule Poirotprijs wel (het was overigens de recensent van Knack die het vermelde boek als ‘kwebbelend’ omschreef).

De Poirotprijs bekroont het spannendste boek, niets meer, niets minder. Louis Van Dievel voert zichzelf niet zonder reden op als personage in zijn eerste roman, Happy Days uit 2002. En hij noemt niet Roger zoals die andere duivel in een wijwatervat aan wie hij een vettig gewetensonderzoek wijdde in 2011, maar Louis Van Thillo. Dat wijst op twee dingen. Louis tracht zijn ideaal te benaderen, de misdaadverslaggeving in, pakweg, Het Laatste Nieuws, een riedel van overdrijving, suggestie, gesundes Volksempfinden, en volkse klap. En omdat misdaad nu een keer lekkerder is dan vroomheid, schrijft hij Boschiaanse volksportretten, thrillers die hij steevast afzweert. “Ik schrijf geen misdaadromans”, zegt hij verontwaardigd op zijn blog De Achtertuin van 2 oktober. “Ik sta maar zo gekatalogeerd omdat een meneer in een grijze stofjas dat ooit zo heeft beslist”. Het wordt pas vervelend als de Detective- en Thrillergids van Vrij Nederland toch maar drie boeken opneemt in zijn besprekingen: Happy Days, Ik ben de Vuilnisman uit 2003, en Hof van Assisen, dat hier voorligt. En nog erger als hij zijn eigen Pruimelaarstraat ongegeneerd omschrijft als een ‘roman noir’ – Patrick Conrad heeft net hetzelfde gedaan. In een andere klasse weliswaar.

Waarom dan dat voortdurend ontkennen ? Uit schaamte voor volkse verhalen ? Uit zucht naar letterkundige erkenning ? Wil Louis naast Louis Paul Boon staan (ook diens Vergeten Straat loopt dood) ? Naast Gerard Walschap (de mikrokosmossen die hij beschrijft roepen de verstikkende sfeer van Nieuw Deps op) ? Naast Hugo Claus (de jury van de Librisprijs ziet in de “karroesel van buurtbewoners” in De Pruimelaarstraat – maar het geldt even goed voor Hof van Assisen – het procédé van De Metsiers) ? Is het Louis sinds die nominatie in zijn bol geslagen ? Of speelt de eenzame eenzaamheid hem parten op het eilandje El Hierro of op de redaktie van de VRT-nieuwsdienst ?

Het wordt tijd dat Louis zijn eigen boeken leest, in plaats van ze lullig te schrijven. Want Happy Days mocht dan wel “gepresenteerd zijn als een thriller” (de flaptekst), “de roman is allesbehalve spannend.” Dat schreef in tempore non suspectu een eerbiedwaardig lid van de huidige Poirotjury, wiens enig grijs uit vijftig tinten bestaat, en niet uit stofjas. Hij verbaasde er zich over dat het wel een gruwelijk boek was. Zoals de volkswoede. Zoals de massarefleks. Zoals de wreedheid die kuddegeest meebrengt. De Edwin Hawkin Singers hadden dat al perfekt begrepen toen ze hun gospelsong in 1969 zo noemden, naar een 18e eeuwse versie van de Handelingen der Apostelen. Nog zo’n wrede bende, die tijdig de hielen lichtte toen het grauw zich tegen de Heer richtte.

Als Louis geen misdaadromans schrijft, wat schrijft hij dan wel ? “Verhalen”, zegt hij. Flauw. “Ik gebruik misdaadverhalen in mijn euh werk”. De aap komt wat verder uit de mouw: “Welke zichzelf respekterende auteur staat er nu graag naast Pieter Aspe op een lijstje ?” Iedereen natuurlijk, als hij maar evenveel boeken kan slijten. Van die zwans moet Gij niets geloven. Louis is gefascineerd door verslavingen, door obsessies, door vuige manieren, door vuile ook, door beestig gedrag, door de logika van de diepe zondige zonde. Perversie is zijn tweede natuur, zijn schrijfnatuur. Achterdocht is zijn onderstroom. Miserabilisme is zijn habitat. Of die in Heide ligt, in Muizen, in Brugge, in Bergen, of op de Luchtbal ligt, overal wemelt het van goorheid en onreine manieren.  De uitwas is het kenmerk van de gewone, doorgedraaide duivel die in elk van ons schuilt. Dat is de reden waarom Louis niet kan kiezen tussen slapstick en naturalisme, tussen liefde voor de werkmens en  afkeer voor zijn brutale gedrag, tussen warme eenvoud en de horreur van het Vlaams interieur.

Louis Van Dievel, dames en heren, heeft een roman geschreven. Een spannende roman, met een verderfelijk einde vol peilloze ellende. Maar het is de boetsering van karikaturen die levensechter zijn dan fotografische weergaven die van Hof van Assisen zo’n meeslepend verhaal maakt – een bloedstollende pageturner vol ijselijke drama’s en weerzinwekkende spasmen, zoals de koelies van het thrillergenre in stofjas op elk omslag herhalen. John Vervoort schreef ook nu in De Standaard van 2 september vorig jaar: “Een thriller is dit boek niet. Het is een vermakelijke roman waarin niet alleen het gerecht, maar iedereen die bij het proces betrokken is in zijn blootje komt te staan”. Gij moogt dat zeer letterlijk nemen, dat blootje. In het begin ligt daar en bloot hoertje. Dood. Bovenop haar een drugsdealer. Bloot. Zonder been en met een gekwetst hart. Er wordt nogal wat geboeleerd en kwansuis libidineus met elkaar omgesprongen in de jury (ik verzeker u, in de Poirotjury gaat het er anders aan toe, wij zijn de Griekse beginselen niet toegedaan).

De namenlijst achteraan doet recht aan de 37 personages die in de apenkooi van het oude gerechtshof worden bepoteld en gedrild door een kapo van een rechter op weg naar zijn pensioen. Eén man is weggelaten uit het register: politieman De Vos. Toeval ? Of omkoperij ?  Wat de Russische maffia met het hele verhaal te maken heeft – Gommaar Meganck, de dader, zal toch wel geen persiflage zijn op André Meganck zeker ? – dat moet u zelf maar uitzoeken. Weet, dit is een ontluisterend boek. Het is een spiegel van sotternijen en van ijdelheden. Het is vooral een spànnend boek, in de plot en in de broek. En dus een meer dan verdiende winnaar van de 15e Poirotprijs – literair, ge moogt naast Herman Portocarero staan, Louis, en naast  Jef Geeraerts; simpel, ge moogt naast Rudy Soetewey staan, en naast Piet Teigeler; rijk gestoffeerd, ge moogt naast Staf Schoeters staan, en naast Mieke De Loof; en overspannen, ge moogt naast Bob Van Laerhoven en Luk Deflo staan. Louis Van Dievel, gij zijt onze man.

Lukas DE VOS

Advertenties

Feestvarken

4 november 2012 § Een reactie plaatsen

Ik wist het al een poosje maar het moest nog tot vandaag een geheim blijven, een groot geheim zelfs, want een prijs die van te voren uitlekt verliest de helft van zijn waarde. En dus had ik maar aan enkele mensen (in ieder geval minder dan een dozijn, of minder dan twintig) verklapt dat ik de winnaar was van de Knack Hercule Poirot Prijs voor de beste misdaadroman van het afgelopen jaar.

Het is uiteraard de Libris of de AKO niet, want dat zijn prijzen voor serieuze boeken, maar ik betrapte mijzelf erop dat ik vandaag geweldig blij was, ook al ben ik géén (gééééééén) misdaadauteur.

Het is namelijk al van de lagere school geleden dat ik nog een prijs had gewonnen: ik was het eerste jongetje van de klas dat kon lezen. Andere jongetjes konden goed zwemmen (ik niet) of bidden (ik niet) of turnen (ik niet) en die kregen daar een prijs voor. Om eerlijk te zijn, ik had de moed al opgegeven en ik leek gedoemd om prijsloos mijn oude dag in te gaan.

En kijk, dan beslist zo’n ruimdenkende jury, samengesteld uit hoogintelligente lieden, om de Hercule Poirotprijs toe te kennen aan een roman die wel over misdaad handelt, maar geen thriller of misdaadroman is.

Het bekroonde boek “Hof van Assisen” gaat immers en uiteraard over een assisenproces en dan heb je, nolens volens, een moord nodig. Ik heb een sappige moord verzonnen, vol weerhaken. En ik heb beschreven, zonder belerend te zijn, hoe assisen functioneert en wat voor diepe indruk zo’n proces maakt op alle mensen die daarbij betrokken zijn, niet het minst de juryleden. Wie de dader is, daarover bestaat niet veel twijfel, maar zal hij veroordeeld worden? Dat is de vraag.

Als je wint heb je vrienden

Het was niet alleen mijn eerste prijs sinds het jaar 1959, het was ook de eerste keer dat ik mijn opwachting mocht maken in het nieuws van VTM. Ook dat doet iets met een mens.

En terwijl de camera’s zoemden en flitsten kreeg ik uit handen van de beroemde Engelse crime-auteur Philip Kerr (van wie ik helaas nog nooit had gehoord) een cheque van vijfduizend euro én een geweldig mooie (en dure!) vulpen, eentje uit de Jonathan Swift-reeks (voor de kenners). Jonathan Swift is overigens een auteur die ik u van harte kan aanbevelen. Maar ik dwaal af, het kwaaltje bij uitstek van lichtelijk verdwaasde auteurs op leeftijd.

Daarna luisterde ik met stijgend genoegen naar de spitse toespraak van Lukas De Vos, collega bij het radionieuws, die er met vuile voeten doorging, en mij met veel humor laakte wegens mijn halsstarrige weigering om mij tot het ras van de misdaadauteurs te bekeren.

Ik schudde handen, lachte naar fotografen, deed alsof ik de beste vriend was van Pieter Aspe (die enkel de publieksprijs kreeg en daarover enigszins verstoord leek), herhaalde wat ik al bij VTM had gezegd voor de regionale televisies en voor Radio 1, lachte naar nog meer fotografen, beantwoordde tientallen sms’jes met felicitaties en glunderde, in het algemeen en in het bijzonder. Dat zeggen toch onafhankelijke waarnemers.

Een auteur die het bordje “Winnaar van de Hercule Poirot Prijs” naast zijn boeken kan zetten, is een gezegend man (M/V). Ik had het druk bij het signeren, veel drukker dan andere jaren, zelfs drukker dan in het jaar van “De Pruimelaarstraat”, als die roman u iets zou zeggen. Zo’n prijs geeft de mensen vertrouwen: deze auteur kent zijn vak want hij is bekroond.

Is dat belachelijk? Absoluut niet. Zelfs Paul Jambers – hijzelf in persoon – kwam naderbij, maakte zich van een exemplaar meester, liet het mij signeren en ging het bovendien ook nog eens betalen aan de kassa . Ook dat doet iets met een mens.

En alsof mijn geluk nog niet groot genoeg was, meldde zich tegen het sluiten van de markt ook nog een ploeg van onze eigenste Journaal. En beantwoordde ik op bedachtzame wijze de -het weze beklemtoond- intelligentste vragen van de dag.

Als je wint heb je vrienden, rijen dik, echte vrienden, Doe Maar zong het al. En het is waar, ik kan het u verzekeren.

Louis van Dievel

Waar ben ik?

Je ziet het archief van november, 2012 om VrijdagBlog.